Wilhelmietenarchief

Archiefvormer

De Wilhelmieten ontlenen hun naam aan de H. Wilhelmus van Malavalle (gest. 1157, feestdag 10 februari), een ridder die als kluizenaar zou hebben geleefd in het dal Malavalle in Toscane. Na de dood van Wilhelmus zette een groepje volgelingen zijn ascetische levenswijze voort. Uit de vereniging van kluizenaars ontstond de ‘Ordo Eremitarum Sanctus Guilielmi’. In 1230 namen de wilhelmieten de Regel van Benedictus aan.

De Wilhelmietenorde verspreidde zich over Europa. Ten noorden van de Alpen was Porta Coeli (Hemelpoort) oftewel Baseldonk (Baseldonk werd gesticht door Winand van Basel) in ‘s-Hertogenbosch de eerste vestiging (1244).Vanuit Den Bosch stichtte men andere kloosters. In Nederland waren dat de kloosters in Biervliet (1249) en Huijbergen. Met de val van Den Bosch in 1629 verlieten de wilhelmieten de stad. De laatste bossche wilhelmiet, Antonius Boucquet, overleed in 1678 in Turnhout.

In 1278 vroegen Arnoud van Leuven en Elisabeth van Breda de wilhelmieten in Huijbergen een klooster te stichten. Het Huijbergse klooster kreeg de naam Monasterium Beatae Mariae (Klooster van de H. Maagd Maria).

 

Direct het archief induiken

De komende tijd werken we aan het ontsluiten van het archief via deze website. 

Inleiding

1277 – 19 december 1609

19 december 1609 – 19 augustus 1807

19 augustus 1807 – 23 december 1847

Ongedateerde stukken

Stukken uit archief Klooster van de Wilhelmieten in Huijbergen, 1633-1805

Stukken uit archief Apostolisch Vicariaat Breda, 1799-1852

Stukken uit archief Bisdom Breda, 1854-1872

In de negentiende eeuw hield de wilhelmietenorde op te bestaan. Het klooster van Huijbergen was het laatste klooster van de orde. In 1798 werden de monniken uit het klooster gezet, in 1799 kocht Madame Julie Dauphin het klooster, met hulp van Johannes Baillieu uit Antwerpen werd het klooster teruggekocht. In 1804 betrokken de wilhelmieten het klooster weer. In 1814 waren er nog maar vier paters wilhelmieten. In 1847 vertrok de allerlaatste wilhelmiet, Wilhelmus van den Bergh, vanuit Huijbergen naar het cisterziënzerklooster in Bornem (België), waar hij in 1879 zou overlijden.

In 1829 benoemde de apostolisch vicaris mgr. van Hooijdonk een wereldgeestelijke Marinus de Bie als pastoor van Huijbergen. Deze ontving op 30 november 1847 de kloostergoederen van Wilhelmus van den Bergh. In 1854 stelde mgr. van Hooijdonk, het wilhelmietenklooster in bezit van de door hem opgerichte congregatie van de Broeders van Huijbergen.

 

Archief

Het Huijbergse wilhelmietenarchief een omvang van 8 strekkende meter.
Het archief beslaat de periode 1315-1849. Het oudste stuk is een charter uit 1315 volgens welke de abt van de norbertijnen van Tongerlo grond overdraagt aan de wilhelmieten van Huijbergen. Het jongste stuk van dateert van 1849. Er is overwogen het stuk over te hevelen naar het congregatiearchief, maar we hebben daar na overleg met de overste vanaf gezien.

De meeste archiefstukken hebben betrekking op juridische en financiële zaken. Veel stukken gaan over de betaling van cijnzen over geschillen over grondeigendom. Andere kwesties zijn die rondom prior Petrus Borrekens (1690-1708), die aansluiting met de abdij van Tongerlo wilde, de onteigening van het klooster in de Franse tijd, en de opheffing van het klooster te Huijbergen in 1847.

Een groot deel van documenten zijn van de bekendste Huijbergse wilhelmiet, prior Siardus Bogaerts (1610-1670). Vanwege de ligging van het klooster in het grensgebied van de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden kreeg hij met tal van moeilijkheden te maken. Die ligging bood echter ook kansen. Vanwege zijn vriendschap met de ambassadeur van de Spaanse koning in Den Haag, Gamarra, kozen instellingen in de Zuidelijke Nederlanden die in de Republiek goederen bezaten, Bogaerts als hun vertrouwensman bij de Staten-Generaal.

In het archief is ook materiaal van andere wilhelmietenkloosters dan dat van Huijbergen terecht gekomen. Het gaat onder andere om kasboeken van het klooster Baseldonk en van het wilhelmietenklooster te Beveren. Dit materiaal is zodanig vermengd geraakt met dat van het Huijbergse klooster dat de archiefvormers niet zijn onderscheiden.

Heel lang droegen de broeders van Huijbergen zorg voor het wilhelmietenarchief. Zij bewaarden het archief op diverse plaatsen: eerst in het klooster St. Marie, later in Alverno, en het laatst in een kluis in het in het voormalige poortgebouw gevestigde wilhelmietenmuseum. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het archief ondergebracht in een kluis van de firma Luyck te Roosendaal.
Broeders beschreven en restaureerden het materiaal en maakten transcripties en vertalingen van stukken.

We inventariseerden de stukken opnieuw, waarbij zoveel mogelijk uitgingen van de bestaande beschrijvingen. De door de broeders gemaakte onderverdeling in ‘bundels’, ‘kasboeken’, ‘perkamenten’, en ‘kaarten’ kwam te vervallen. Voor de periode 19 december 1609 t/m 18 augustus 1807 dragen de rubrieken nu de namen van de priors van het Huijbergse wilhelmietenklooster. De eerste rubriek heeft betrekking op de beginperiode, in de laatste rubriek treft men stukken uit de eindperiode van het klooster aan.

Het archief is volledig openbaar.

Literatuur

• Geschiedenis van het klooster te Huijbergen (1906).

• Br. Clemens van de Walle, Siardus Bogaerts. De prior en zijn monasterium te Huijbergen 1614 – 1670 (1980).

• F. Haans, ‘De handschriften van de Bossche Wilhelmieten’, in catalogustententoonstelling In Buscoducis (1990).

• Willem Heijting, ‘Vroomheid en geleerdheid. De boeken uit het klooster van de Bosche Wilhelmieten’, in: Profijtelijke boekskens. Boekcultuur, geloof en gewin (2007).

• Richard de Beer, ‘Het kunst- en cultuurbezit van de Broeders van Huijbergen’, in: Jaarboek De Ghulden Roos (2014).

Bijlagen

Bijlage 1: Lijst van Huijbergse wilhelmieten

Bijlage 2: Kaartje van Huijbergen e.o.

Ruerd de Vries, 13 december 2016